50 jaar Widar! Een interview met grondlegger Guus van der Bie

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Therapeutikum Widar het licht zag.

50 jaar! Dat lijkt een eeuwigheid geleden, maar er zijn ongetwijfeld patiënten die het begin nog hebben meegemaakt. Hoe is het allemaal begonnen? We spraken hierover met voormalig huisarts Guus van der Bie (79), die vanaf het begin intensief betrokken was bij Widar.

 

‘Ik kan een boek schrijven over deze straat! Achter elke voordeur zit een hele geschiedenis`, roept Guus van der Bie uit, zodra ik de voordeur van mijn huis voor hem heb geopend. `Dat heb je als je huisarts bent. Je komt bij iedereen over de vloer en je weet wat er bij die mensen leeft.’  Al snel blijkt hoe waar dat is. In de keuken, waar we even koffie willen halen voordat we de trap naar boven nemen, wordt verwoed geboend. We stappen over het snoer van de stofzuiger terwijl ik zeg: ‘Guus, mag ik je even voorstellen aan onze onvolprezen hulp?’ Voordat het zover komt, klinkt zijn verraste uitroep: ‘Hee, ik kén U! U kwam vroeger veel over de vloer bij een patiënte van mij op de Lorentzlaan!’ ‘Ik ken U ook,’ zegt de ander verbaasd. U bent dokter Van der Bie!’ Terwijl het koffieapparaat zoemt, zijn ze al geanimeerd in gesprek, uitrekenend hoe lang het geleden zal zijn dat ze elkaar zagen. Dertig jaar, of misschien wel veertig?

Als we met onze bekers koffie naar boven lopen is een ding me al wel duidelijk: Guus van der Bie is een mensenmens!

 

Jij stond aan de wieg van Widar. Hoe is dat allemaal zo gekomen?

‘Na mijn studie geneeskunde was ik docent aan de universiteit geworden, maar ik wilde me uiteindelijk graag vestigen als antroposofisch huisarts. Met het oog op mijn gezin zou dat een plaats moeten zijn waar ook een Vrije School was. Dat het uiteindelijk Zeist werd, was een klein wonder. Er was daar eerst helemaal geen plek voor een nieuwe huisarts. Dat kun je je in deze tijd toch bijna niet meer voorstellen, maar zo was het toen. Je moest wachten tot er een praktijk vrij kwam! Ik had de hoop op een vestiging in Driebergen of Zeist dus eigenlijk al opgegeven. Tot totaal onverwachts dokter Roosen, een regulier huisarts in Zeist gevestigd, te kennen gaf dat hij wilde stoppen met zijn praktijk. Samen met Erik van Mansvelt, een goede vriend die ik al heel lang kende, heb ik toen die praktijk overgenomen.’

 

Waar en hoe gingen jullie van start?

‘Op de plek waar Widar nog altijd is: Laan van Beek en Royen 39. Dat was het woon- en praktijkhuis van onze voorganger. Er was genoeg ruimte om een therapeutikum te stichten, want dat was wat wij wilden. En wij niet alleen! Er waren al verschillende antroposofisch georiënteerde artsen in Zeist die dat ook wilden. Die waren dolenthousiast over onze start. We hebben aan deze artsen heel veel te danken. Ze hebben ook jarenlang financieel bijgedragen aan Widar. We hadden daarmee dus een collectief begin.’

Tot dit collectief behoorden de huisartsen

Campagne, Van der Stok, Wouters

en dokter Anschütz, gynaecoloog.

 

Waarom kozen jullie ervoor een antroposofische huisartsenpraktijk te zijn?

‘De praktijk die we over hadden genomen was regulier. Daarom was het idee om te starten als reguliere praktijk en die dan langzaam te ontwikkelen tot een antroposofische huisartsenpraktijk. Maar het verrassende was: de praktijk groeide binnen enkele jaren als kool! Veel nieuwe patiënten kozen juist vol overtuiging voor de antroposofische geneeskunde! Dat wil niet zeggen dat we alles wat regulier was over boord wilden zetten. Integendeel! In veel aspecten is de reguliere geneeskunde totaal zinvol. De antroposofische geneeskunde heeft de reguliere geneeskunde hard nodig en bouwt daarop voort. Zelf heb ik in mijn studietijd mijn hart verloren aan embryologie en anatomie. Daar ligt nog altijd mijn hart. Maar ik was in mijn studietijd teleurgesteld over wat de professoren te vertellen hadden over de mens. De rol die gezondheid, ziekte en genezing spelen in het leven van de mens werd daar onderbelicht. De essentie van het menszijn ligt voor mij in de ik-ontwikkeling van de mens. Met behulp van zijn ziel en van zijn lichaam. Een ziekte doormaken kan ook een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een mens. Dat betekent natuurlijk niet dat je niet aan preventie zou moeten doen, maar koste wat het kost ziekte willen vermijden is een te negatieve kijk op wat ziekte kan betekenen voor mensen.’

 

Waarom was juist het grondvesten van een therapeutikum voor jullie zo belangrijk?

‘Als je je als groep kunt inzetten voor je patiënten, geeft dat een heel speciale kracht. Een groep overstijgt altijd de kracht van het individu!

Wat heel belangrijk is: Wij barstten van de idealen! Je moet niet vergeten: wij waren de generatie van eind jaren zestig! Wij wilden met het stichten van een therapeutikum een zo veelzijdig mogelijke geneeskunde aanbieden aan onze patiënten. Dus met fysiotherapie, diverse kunstzinnige therapieën zoals muziektherapie, euritmie, schilderen, boetseren. Plus ook de mogelijkheid om met de patiënt samen naar diens biografie te kijken. We wilden met Widar kortom een instituut in de wereld zetten dat gericht is op heel de mens!’

 

Welke rol zagen jullie voor de patiënten hierbij?

‘We wilden we niet alleen inhoudelijk naar een andere vorm van geneeskunde toe. We wilden ook samen met onze patiënten nieuwe vormen van samenwerking vinden. Daarom hadden we vanaf het begin een   patiëntenvereniging die actief betrokken was bij ons gezondheidscentrum. Helaas is dat initiatief langzaam doodgebloed en dat vond ik wel jammer. Verbinding voelen, ook vanuit de kant van de patiënten, is een belangrijke factor voor een gezondheidscentrum. Niet alleen artsen en therapeuten kunnen elkaar dragen. Ook de patiënten kunnen Widar meedragen!’

 

Je startte in 1974 als huisarts en je nam afscheid in 2008. Is er in die periode veel veranderd op het gebied van huisarts zijn?

‘Zeker! Ik zei het in het begin al: als huisarts deed je vroeger veel visites aan huis. Daardoor krijg je veel meer mee van wat er in een gezin speelt dan wanneer je een patiënt alleen in je spreekkamer ziet. Wij deden ook nog heel lang bevallingen! Er was heel veel zorg en er was een gevoel van geborgenheid bij de patiënten. Dat gevoel van geborgenheid is essentieel. De eerstelijnszorg die vroeger zo hoog gewaardeerd werd, is in de laatste twintig jaar sterk verzakelijkt.

De vraag is nu: Hoe krijg je het menselijke weer terug? Ik ben betrokken bij de opleiding voor antroposofisch huisarts. Daar zie ik artsen die soms al jaren huisarts zijn, weer opleven. Dan zeggen ze dingen als: “Ja, precies! Het menselijke! Dat mensen een ziel hebben, heb ik eigenlijk altijd geweten, maar ik had er tot nu toe geen woorden voor.” Dat ze ook in ontwikkeling mogen denken met het oog op hun patiënten ervaren ze dan als heel vervullend.’

 

Wat zou je Widar toewensen voor de toekomst?

‘Allereerst wens ik de behandelaars van Widar ook in de toekomst de vrije ruimte om patiënten vanuit de antroposofische geneeskunde te kunnen behandelen. Dat is niet vanzelfsprekend! In landen om ons heen zie je dat die vrije ruimte ernstig wordt beperkt.  

Daarnaast wens ik Widar een krachtig antroposofisch artsenbestand toe met een multidisciplinair team.

Tenslotte wens ik de huisartsen en therapeuten een zorghart toe: een warm hart voor de patiënt dat zich uit in concreet biografische zorg. Zonder zorg geen warmte! En warmte is onontbeerlijk voor zowel de patiënt als voor de behandelaar Die zorg konden wij nog volop hebben. Ik ben heel gelukkig geweest als huisarts in Zeist.’

 

Zeist, maart 2024

Tekst: Ineke van der Duyn Schouten, red. Widar Nieuws